Samenvatting
Zeven jaar. Zo lang duurt het om vier PIWI-rassen – schimmelresistente druiven, voornamelijk veredeld in Midden-Europa via klassieke interspécifieke kruising – door proeven op een Spaans onderzoeksdomein te loodsen en op het nationale rassenregister te krijgen. Onderzoeker Enrique Barajas van Itacyl plantte samen met boomkwekerij Agromillora in 2018 negen kandidaten op Finca Zamadueñas bij Valladolid. Bij houtachtige gewassen wacht je af. De eerste bruikbare gegevens kwamen pas in 2022 binnen. Tegen 2025 was de documentatie compleet, had de Junta de Castilla y León haar goedkeuring gegeven en bevestigde het ministerie de onderscheidbaarheid, homogeniteit en stabiliteit. De vier die het haalden – de witte Soreli en Sauvignac Rytos en de rode Cabernet Eidos en Merlot Khorus – waren al volledig ontwikkeld en commercieel geregistreerd in Italië door de Universiteit van Udine en VCR. Spanje evalueerde beproefd materiaal, wat wezenlijk iets anders is dan het zelf ontwikkelen, en dat is de moeite waard om duidelijk te zeggen.
Wat Barajas eigenlijk wil, is een resistente Garnacha en een resistente Godello. Geen Italiaanse hybriden die een redelijke imitatie van iets Spaans neerzetten, maar nieuwe rassen verkregen door die inheemse druiven te kruisen met resistente donoren – dezelfde naam, hetzelfde algemene karakter, andere afstamming, gemaakt om ziektedruk zonder fungicidenprogramma aan te kunnen. Beide zijn geënt op bestaande wijnstokken in plaats van vanaf nul geplant, wat enige tijd van de evaluatieklok moet scheren, al hangt de precieze winst af van hoe de proeven verlopen. De streefdatum 2031 is haalbaar. DO Bierzo wordt geopperd als een logische thuishaven voor een resistente Godello, wat geografisch klopt, al lijkt niemand in Bierzo gevraagd te zijn. Ondertussen was DO Rueda bezig deze rassen op te nemen voordat de Junta in oktober 2024 iets opschortte – wat precies blijft vaag in het artikel. Één zin. Voor wat werkelijk het meest veelzeggende detail in het stuk is.
Ons commentaar
De wetenschap is hier reëel en Barajas heeft duidelijk de nodige jaren geïnvesteerd. Geen discussie daarover. Wat irriteert, is dat dit minder aanvoelt als journalistiek en meer als een laboratoriumbezoek waarbij niemand een lastige vraag stelde. Één bron, geen tegengeluid, geen teler die deze rassen heeft geprobeerd en ze moeilijk verkoopbaar vond, geen DO-functionaris die uitlegt waarom het adoptieproces zo traag verloopt. De schorsing bij Rueda is het meest onthullende in het stuk – het toont precies hoe snel politieke aarzeling agrarische vooruitgang kan opslokken – en het wordt zomaar voorbijgegaan in een bijzin. Als je wilt weten of resistente rassen de Spaanse wijnbouw echt zullen veranderen, zal dit artikel je dat niet vertellen. Het zal je vertellen dat het onderzoek goed gaat. Wat het ook doet. Maar dat is niet het hele verhaal.
Over de auteur
Ricardo Ortega behandelt voor Revista Campo de wijnbouw en agrarische innovatie en gaat competent om met het technische materiaal – hij raakt niet verdwaald in het registratieproces of de tijdlijn. Maar over zijn bijdragen aan dit onderwerp verandert de bronkeuze nooit wezenlijk: één onderzoeker, institutioneel kader, geen wrijving. Misschien is dat wat de publicatie wil. Misschien werkt hij gewoon zo. Hoe dan ook levert het berichtgeving op die informeert zonder ooit echt iets uit te dagen.
Over de uitgever
Revista Campo is het belangrijkste tijdschrift van Grupo Campo Comunicación – een agrarisch vakblad gevestigd bij Valladolid dat alles behandelt van granen tot wijnstokbeheer. Het organiseert mede velddemonstratiebijeenkomsten met Agromillora, de kwekersbedrijvengroep die centraal staat in dit artikel. Die relatie wordt in het stuk niet vermeld. Dat maakt de berichtgeving niet automatisch onjuist, maar lezers die dit dossier op de voet volgen, zouden dat waarschijnlijk moeten weten.